Het meest veronrustende cijfer in de Europese autohandel dit seizoen is het cijfer dat nauwelijks beweegt. Autobrancheadviesbureau Inovev voorspelt — in een prognose die Forbes vorig week meldde — dat de verkoop van sedans en SUV's in Europa in 2035 uitkomt op zo'n 16,7 miljoen, nauwelijks een ademtocht onder de 16,9 miljoen die voor 2026 wordt verwacht. Een vol decennium van beloofde omwentelingen, en het scorebord ziet er vrijwel identiek uit. Voor de Litouwse autohandel is die vlakke lijn geen belofte van rust. Het is een oorlogsverklaring in de strijd om marktaandeel.

De regionale rekensom is nog grimmiger. Een wereldwijd marktoverzicht van Izvestia zet Oost-Europa op 3,4 miljoen eenheden, een stijging van slechts 0,6 procent — een langzamer tempo dan zelfs de Verenigde Staten, die op 3,5 miljoen auto's en plus 1 procent worden gezet, of Canada met 1,5 miljoen en plus 0,7. Voor Litouwse dealers, importeurs en fleetverkopers betekent groei gemeten in fracties van procenten dat de taart feitelijk vastligt: elke verkochte auto is een auto die een concurrent niet heeft verkocht.

De slachtoffers van die rekensom staan al zwart op wit. Een vers rapport van de Seoul Economic Daily schetst hoe 'Made in China' Europa en opkomende markten raakt en Hyundai en Kia in de tang neemt. Hyundai heeft zijn jaarlijkse verkoopdoelstelling verlaagd van 4.158.300 naar 4 miljoen voertuigen en zijn doel voor de geconsolideerde operationele marge over het hele jaar teruggebracht naar 5,5–6,5 procent, van 6,3–7,3 procent — een Koreaanse reus die openlijk zijn ambities rantsoeneert. De schapruimte die het daarmee in Europese showrooms afstaat, blijft niet leeg, en Baltische distributeurs weten precies wie er in de rij staat om die te vullen.