Het gegons van de Hongaarse accu-gordel is plotseling verstomd. De nieuwe regering van het land heeft de productie bij accufabrieken stilgelegd vanwege zorgen over vervuiling — een ingreep die de mondiale EV-toeleveringsketen al verstoort en de sector een ongemakkelijke vraag oplegt: na jarenlang de accu-hub van Europa te zijn geweest, kan Hongarije die rol nog vervullen?

Die hub was geen toeval, maar bewuste keuze. Onder de voormalige langdurige leider Viktor Orbán positioneerde Hongarije zich als Europese hub in de accu-toeleveringsketen, waarbij het bedrijven uit China en Zuid-Korea binnenhaalde die er vervolgens fabrieken opzetten voor componenten van elektrische voertuigen. Voor de wereldwijde auto-industrie werd de Hongaarse accuproductie geruisloos onderdeel van de infrastructuur van Europa's elektrische transitie.

Nu staat die infrastructuur onder druk. De productiestop heeft onzekerheid gecreëerd over de toekomst van het land als accu-hub, en de naschok reikt ver buiten de Hongaarse grenzen, waar autofabrikanten en toeleveranciers de lokale productie in hun EV-plannen hadden verweven. Wat begon als een politieke herschikking na Orbán, golft nu door de mondiale EV-toeleveringsketen.

Het tijdstip kan nauwelijks vreemder zijn, want Brussel herschrijft op datzelfde moment de regels. Duitsland en Frankrijk voeren een 'Made in Europe'-agenda aan die wereldwijde autoleveranciers ongerust heeft gemaakt over de kosten en de gevolgen voor hun concurrentiepositie. Onder het plan komen uit Japan geïmporteerde auto's niet in aanmerking voor EU-subsidies, terwijl modellen die in Frankrijk, Portugal en Oost-Europa worden gebouwd er alleen van profiteren als voldoende onderdelen uit Europa komen.