De Europese auto- en auto-onderdelensector noteerde in oktober de snelste productiegroei sinds juni 2021, blijkt uit de Europe Sector PMI-gegevens van S&P Global. Voor de industriegordel van Midden- en Oost-Europa — waar de autobouw de industriële productie schraagt, van Tsjechië en Slowakije tot Polen, Hongarije en Roemenië — wijst de meting erop dat de orderboeken na een lange periode van trage vaart eindelijk weer aanzwellen.
De opleving is niet alleen weggelegd voor de auto-industrie. In Deloittes wekelijkse mondiale economische update staat de industrie-component 6% hoger dan een jaar eerder, met automobielen vermeld als een van de categorieën met zeer sterke groei — in lijn met computers en communicatieapparatuur (plus 16,4%) en spoorweg- en scheepsbouw (plus 11,7%). Voor onderdelenmakers die meerdere van die categorieën tegelijk bedienen, is die overlap een welkome rugwind.
Het investeringsgeld volgt de opleving. Bytes Europe meldt dat de productie van auto-onderdelen in de VS en Canada over lopende projecten samen 8,5 miljard dollar aan investeringswaarde omvat — een teken dat de vraag naar componenten aan beide zijden van de Atlantische Oceaan aantrekt, en niet alleen in Europa.
Toch is het herstel selectief, en de kostendiscipline is niet verdwenen. In de Q3 2026-presentatie van Schaeffler staan plannen uitgewerkt om circa 3.460 functies in Europa te schrappen, met een doelstelling van 300 miljoen euro aan jaarlijkse winstverbeteringen tegen 2030. De boodschap voor de bredere toeleveranciersbasis — grotendeels geclusterd in Midden- en Oost-Europa — is dat volumegroei en herstructurering in hetzelfde kwartaal kunnen samenvallen, en dat capaciteit strak wordt beheerd, zelfs nu de productie versnelt.



