Vilnius beschikt over een cijfer dat in elk gesprek over Europees industriebeleid zou moeten rondspoken: zo'n €2,4 miljard. Dat heeft Litouwen dit jaar uitgetrokken voor aankopen — en volgens berichten ging geen enkele opdracht naar een Litouws bedrijf. De staat investeert niet in het eigen militair-industriële complex, aldus de berichten, waardoor de sector stagneert. Dat is een ongemakkelijke achtergrond voor een land dat nu te horen krijgt dat het verreikende nieuwe autoplan van de Europese Unie de onderdelenmakers van Oost-Europa eindelijk geld zal laten verdienen.
Het plan in kwestie is het 'Made in Europe'-kader van de EU, en de kleine lettertjes maken wereldwijde autoleveranciers al zenuwachtig. Uit Japan geïmporteerde auto's zouden helemaal niet in aanmerking komen voor EU-subsidies, terwijl modellen die in Frankrijk, Portugal en Oost-Europa worden gebouwd er alleen van profiteren als voldoende onderdelen uit Europa komen. Zuid-Koreaanse autobouwers letten intussen scherp op waar de nieuwe regels hen zullen laten belanden. Het principe is even simpel als radicaal: hier bouwen, hier inkopen — of de cheque laten schieten.
Litouwen kijkt net zo gespannen toe. Volgens berichten anticipeert het land op wat er vervolgens uit de Europese Unie komt, en viceminister van Verkeer Lukas Paskevicius heeft zich uitgelaten over de plannen van de EU. Voor een land dat in de autobranche steunt op onderdelen, logistiek en diensten in plaats van op assemblagelijnen, is de inzet ongebruikelijk puur: onder de opkomende regels profiteert Oost-Europa alleen als voldoende van de inhoud van elke auto Europees is. Geografie alleen zal Vilnius niet redden — zijn leveranciers moeten in de stuklijst worden opgenomen.
Precies daar doet de €2,4 miljard van dit jaar pijn. Als een nationale overheid zoveel kan uittrekken voor aankopen binnen de eigen grenzen zonder dat er één opdracht op een lokaal bureau belandt, is er weinig reden om aan te nemen dat EU-subsidies automatisch op Oost-Europa zullen neerdalen. De stagnatie van het Litouwse militair-industriële complex — verstoken van staatsinvesteringen terwijl de miljarden aan inkoopgelden door het systeem stroomden — leest als een waarschuwing voor de bredere productiesector van het land: nabijheid is geen deelname, en beleidsgeld volgt wie daadwerkelijk binnen de toeleveringsketen zit.



