De winter nadert in Oekraïne, en in Brussel verhardt de afweging. EU-leiders hebben president Zelensky hun steun gegeven voor de verdediging van Oekraïne tegen Rusland, juist nu de Amerikaanse steun lijkt te verzwakken — een geopolitieke inzet die op een veelzeggend moment valt voor wie de industrie volgt. Want terwijl Europa's leiders zich achter Kiev scharen, verstevigt Brussel tegelijk zijn industriële greep met het 'Made in Europe'-plan, een strategie die toeleveranciers in de wereldwijde autosector al nerveus heeft gemaakt.
De industriële blauwdruk spaart niemand. Onder nieuwe regels — die Japanse autofabrikanten, aldus NHK, met open wantrouwen gadeslaan — komen alleen elektrische voertuigen die in de Europese Unie zijn geproduceerd in aanmerking voor subsidies en openbare aanbestedingen — een valluik onder de ambities van Aziatische EV-makers die op de Europese markt azen. Voor mondiale toeleveranciers is de boodschap bot: wat binnen de grenzen van het blok wordt gebouwd, bepaalt in toenemende mate wie er binnen wordt betaald.
Voor Oekraïne komen de geopolitieke en industriële stromingen samen. Oekraïense goederen stromen al westwaarts onder gunstiger voorwaarden — Moldavië heeft de tarieven verlaagd voor goederen in doorvoer door het land, zelfs terwijl lokale boeren bezorgd toekijken — en de hernieuwde politieke steun van de EU voor Kiev suggereert dat de economische koers van het land steeds dichter naar de baan om Brussel wordt getrokken. Een EU die achter de verdediging van Oekraïne staat én Europese voertuigen bevoordeelt, plaatst in feite twee weddenschappen die dezelfde kant op wijzen.



